Video in de klas, hoe doen andere leraren het?

Share Button

Video kan op veel manieren gebruikt worden in de klas, variërend van informatieve filmpjes zoeken en spreekoefeningen filmen, tot het maken van een videohandleiding en het interviewen van een expert via Skype. Voor een wedstrijd van het Vlaamse TV.Klasse, stuurden leraren allerlei ideeën in.

Op de website Klasse.be is een selectie uit de ingestuurde voorstellen te vinden. Hieronder een overzicht.

1. Taalvaardigheid oefenen: promotiefilmpje of videodagboek maken, NT2, groepswerk

In een groep van anderstalige leerlingen of volwassenen kun je een promotiefilmpje laten maken over de school. Je maakt groepjes van drie personen. Elk groepje neemt een video op over een van de volgende onderwerpen: intro over de school, het secretariaat (interview), de directie (interview), de leraren (interview), iemand van een andere groep (interview), een afsluitend stukje over de school. Als voorbereiding brainstormt elk groepje over wie of wat het gaat filmen en welke vragen het gaat stellen. Daarna noteren de groepsleden de vragen in kernwoorden op een papier. Ze oefenen het interview op voorhand in hun groepje en testen daarbij het filmen zelf. Als ze klaar zijn, kunnen ze echt gaan filmen en interviewen. De begeleider of het groepje zelf monteert de verschillende filmpjes. In een volgende les toon je de filmpjes klassikaal aan de andere leerlingen.

Je kunt cursisten NT2 ook op pad sturen om in allerlei situaties hun Nederlands te oefenen en daar een videodagboek van bij te houden.

2. Evalueren en vakoverschrijdend werken: videohandleiding maken, praktijkgericht, groepswerk, GIP

De leerlingen kunnen een videohandleiding maken voor de recreatieopdracht (bijvoorbeeld vlottenbouw, een maaltijd klaarmaken …) die bij hun GIP hoort. Daarin leggen ze aan toekomstige klanten uit hoe hun product werkt. De opdracht leunt daarmee dicht aan bij de praktijk van de opleiding en kan in verschillende talen opgenomen worden.

Tijdens een les van een van de deelnemende vakken krijgen de leerlingen daarvoor een workshop rond een montageprogramma, zoals iMovie op de iPad. Daarna maken de leerlingen een draaiboek waarin ze hun videohandleiding gestructureerd opschrijven. Als laatste stap moeten ze hun filmpje opnemen, monteren en delen via sociale media. Het filmpje kan ook deel uitmaken van de beursstand van elk groepje, die eveneens in de GIP vervat zit.

3. Leerproces expliciteren: filmpje van een proef of handeling, groepswerk

Je kunt de leerlingen een filmpje laten maken van het verloop van een proef fysica, chemie, wiskunde … Daartoe moeten ze eerst voor de camera uitleggen waarover de proef gaat en welke moeilijkheden ze verwachten. Als ze dan de proef uitvoeren, leggen ze tijdens de opname uit waarom ze bepaalde acties uitvoeren (veiligheid, nauwkeurigheid …). Achteraf presenteren ze voor de camera hun bevindingen. De bedoeling van de opdracht is dat ze meer nadenken over veiligheid, het proces en waarom dat proces zo verloopt. Door het leerproces te expliciteren denken ze daar effectief over na. Achteraf kun je klassikaal het verloop van de proef en de opgenomen commentaren evalueren en bespreken waar het eventueel fout ging.
Ook voor een handeling of een probleemstelling kun je dit lesconcept gebruiken.

4. De leerlingen leraar laten zijn: videohandleiding maken, groepswerk

Tijdens de lessen wetenschappelijk werk en natuurwetenschappen voeren de leerlingen metingen uit. Je kunt de klas in kleine groepjes indelen en elk groepje een tablet of camera geven en een stappenplan van hoe je metingen met een bepaald meettoestel uitvoert. De groepjes voeren het stappenplan uit en filmen met de camera de werking van hun meettoestel. In het filmpje worden zij even de leraar die uitlegt geeft. Als ze klaar zijn, zetten ze het filmpje op de uploadzone van het elektronisch leerplatform van de school. In een volgende les vinden de leerlingen daar elkaars filmpjes terug, die hen in staat stellen de andere meettoestellen te gebruiken.

Je kunt dit lesconcept gebruiken voor alle lesinhouden waarvoor een uitleg nodig is.

5. Zelfevaluatie, evalueren: simulaties en (praktijk)oefeningen filmen

Je kunt de (praktijk)oefeningen of simulaties van leerlingen opnemen of laten opnemen. Dat kan bijvoorbeeld bij een spreekoefening in de taallessen of bij het oefenen van handelingen en technieken in praktijklessen. Deze video’s kun je voor verschillende doelen gebruiken: de leerlingen laten reflecteren op zichzelf en zo zelfevaluatie stimuleren, de filmpjes als leraar achteraf bekijken en elke leerling persoonlijke feedback geven, of het leerproces in kaart brengen door de filmpjes bij te houden en een evolutie op lange termijn te bespreken of te evalueren.

6. Differentiëren, remediëren: keuzeopdracht, voorbereiding van een opdracht

Sommige leerlingen of cursisten zijn minder sterk in zaken op papier schrijven (verslagen schrijven, een creatieve tekst schrijven …) en kunnen hun ideeën en ervaringen beter mondeling verwoorden. Indien de opdracht niet expliciet gericht is op schrijfvaardigheden, kun je de leerlingen de keuze geven om een schriftelijke taak te maken of om een filmpje met mondelinge toelichting te maken.
Zwakkere en onzekere leerlingen of leerlingen in het buitengewoon onderwijs kun je dankzij video beter voorbereiden op een aanstaande spreekopdracht. Ze zijn daarvoor vaak heel zenuwachtig, dus kun je hen bij het oefenen filmen of laten filmen en daarna samen met hen kijken wat hun sterke en zwakke punten zijn. Daardoor worden ze zelfverzekerder en rustiger tijdens hun echte spreekopdracht.

7. Interesses van de leerlingen gebruiken: buitengewoon onderwijs, verhaal laten schrijven en verfilmen

Moeilijke leerlingen met gedragsstoornissen kun je meekrijgen door lessen die een uitlaatklep bieden en die aansluiten bij hun interesses en het dagelijks leven. Leerlingen met autisme hebben bijvoorbeeld vaak films, video’s, games, computers en bouwsels (zoals Lego) als grootste interesses. Daar kun je mee aan de slag gaan. Eerst leer je de kinderen een kort verhaal te schrijven. Daarvoor bestaan methodes, zoals OPERA. Het verhaal laat je dan stap voor stap door de leerlingen met legofiguren en legobouwsels vormgeven. Telkens beslis je samen met hen wat ze filmen of waar ze een foto van nemen. Zo kun je ze beetje bij beetje bepaalde technieken leren, zoals hoe te filmen, de juiste lichtinval gebruiken, stop-motion … Via een montageprogramma monteer je alle beelden of foto’s achter elkaar, samen met wat geluiden en muzikale of visuele effecten. Het resultaat is een zelfgemaakt legofilmpje, dat de leerlingen kunnen delen via sociale media.

8. Leerlingen zich thuis laten voelen: buitengewoon onderwijs, voorstellingsfilmpje van de school

Als je met autistische leerlingen een filmpje maakt over de school, de mensen die er werken en de leerlingen, leren zij hun schoolomgeving beter kennen en voelen ze zich meer thuis en veiliger. Ze kunnen bij het maken van hun filmpje filmshots afwisselen met interviews, wist je datjes … Je kunt het filmpje eventueel tonen op een infoavond of open dag.

9. Experts of andere klassen virtueel naar de klas halen: Skype for education

Skype for education maak het mogelijk om met je klas gebruik te maken van een ruim aanbod van online gastlessen. Die worden gegeven door mensen met een speciaal beroep of met een specifieke expertise. Alles wat je nodig hebt is een Skype-account en een webcam. Een mogelijke instap is “Mystery Skype”, waarvoor de leraar vooraf contact legt met een klas in een ander land. Dat kan door te bladeren door de honderden klassen die zich op de website van Skype for education kandidaat gesteld hebben. Beide leraren spreken een moment af om hun klassen in contact te brengen. Dan is het spel door gerichte vragen te weten te komen uit welk land de andere klas komt. “Ligt jullie land aan zee?”, “Spreken jullie Engels?”, “Hebben jullie een koning?” Spelenderwijs leren de leerlingen niet alleen sociale vaardigheden aan, maar pikken ze ook taalkundige elementen en geografische kennis op.

10. Leerlingen verbinden: zich voorstellen in de thuistaal

De leerlingen stellen zich voor in hun thuistaal, terwijl ze zichzelf filmen met een tablet of camera. De camera gaat van klas tot klas de school rond. Daarna monteer je zelf of monteren je leerlingen met dat materiaal een filmpje voor op de website of voor een bijhorend evenement. Je verhoogt het welbevinden van je leerlingen door hun thuistaal een plaats te geven op school en door hun taal te erkennen als een belangrijk deel van hun persoonlijkheid.

Berichtnavigatie