Ook vijftigplus-leraar ontkomt niet aan digitalisering

Share Button

Paul Rosenmoller

Dat de digitalisering van het onderwijs er komt, staat vast. Bij dat proces moet aandacht zijn voor de “ingewikkelde rol” van docenten, zei Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, woensdag tijdens De Onderwijsdagen in Rotterdam. “Zij moeten die transformatie meemaken, terwijl ze soms al twintig of dertig jaar in het onderwijs werken. Verandering kan dan pijn doen.”

De vraag of het onderwijs in Nederland eigentijds genoeg is, kan volgens Rosenmöller ondubbelzinnig met ‘nee’ beantwoord worden. “Niet omdat het verkeerd is, zo het nu gaat, maar omdat het uitdagender en boeiender mag. Omdat kinderen nu opgroeien in de 21ste eeuw en het de vraag is of zij ook 21ste-eeuws onderwijs krijgen. Ik voel, merk en hoor dat er een beweging in het onderwijs gaande is die heel moeilijk landt in de klas. Een beweging die uitgaat van mensen die het onderwijs willen innoveren, zodat we er nog meer uit halen.”

Gepersonaliseerd leren

In gesprekken die Rosenmöller als voorzitter van de VO-raad het afgelopen jaar voerde met bestuurders en docenten, kwam vaak naar voren dat er talenten blijven liggen. Innovatie moet dan ook plaatsvinden op het gebied van gepersonaliseerd leren, leren waarbij de individuele talenten van leerlingen zo goed mogelijk ontwikkeld worden. Personalisering kan ook zonder ICT, zei Rosenmöller, verwijzend naar het Utrechts Stedelijk Gymnasium (USG), dat het predicaat ‘excellente school’ kreeg. “Op het USG zijn ze niet zozeer bezig met computers en laptops, maar met een heel breed programma op basis van hun visie op gepersonaliseerd leren. Bij leerlingen op deze school, allemaal briljante leerlingen in de cognitieve zin van het woord, komt vanzelf al heel veel boven.”

Hoewel er mogelijkheden zijn om meer maatwerk en flexibiliteit in te bouwen zonder ICT, is digitalisering toch niet meer weg te denken uit het onderwijs, stelde Rosenmöller. “Er is onder docenten nogal eens een discussie of digitalisering echt leidt tot beter onderwijs. Laat die discussie vooral doorgaan, maar het staat vast dat die digitalisering er gaat komen.”

De belangrijkste vraag is de manier waarop digitalisering moet plaatsvinden. “Om innovatie te laten slagen met ICT als hulpmiddel, hebben we private partijen nodig, uitgevers en distributeurs. Van de kant van de scholen moet de vraag naar digitale hulpmiddelen duidelijk gearticuleerd worden. Scholen hebben ongelooflijk veel macht, al zijn ze zich daar niet altijd van bewust. Ik verwacht dat uitgevers en distributeurs meer in beweging komen op het moment dat een fatsoenlijk verdienmodel ontstaat voor digitale content.”

Weerstand

Schoolbesturen ontwikkelen “zittend achter het bureau” geen heldere visie, zei Rosenmöller. “Dat moet in samenspraak met schoolleiders, docenten, medezeggenschap en leerlingen. Omdat iets pas een visie is, als het ook doorleefd is in de school. Niets topdown, want dan zal er niets veranderen. Maar je bent als leider van de school wel degene die de eerste stappen moet zetten.”

Rosenmöller wees ook op de rol van de docent. “We moeten oog hebben voor de ingewikkelde rol waar de docent vandaag in zit. Velen moeten deze transformatie maken terwijl ze al twintig of dertig jaar in het onderwijs werkzaam zijn. Verandering kan in eerste instantie weerstand oproepen. Want waarom moet het anders? De leerlingen slagen toch al die jaren gemiddeld met een 6,9? Wat is het probleem? Oude structuren kunnen buitengewoon waardevol zijn. Maar vroeg of laat zie je scholen die de durf hebben delen van die structuur los te laten, zonder dat er geëxperimenteerd wordt met leerlingen.”

“Wij vragen van docenten flexibiliteit, zicht op ontwikkelingen en wij vragen hen te investeren in eigen competenties. Wij vragen hen eigenlijk om dat wat hen gemotiveerd heeft het onderwijs in te gaan, namelijk de leerlingen, een nog crucialere rol te laten spelen en de kansen voor leerlingen te vergroten. Of het nu gaat om vmbo, havo, vwo of gymnasium.”

Rol overheid

De overheid moet in dat geheel een betrouwbare partner zijn en niet gaan voorschrijven, zei Rosenmöller. “De overheid moet faciliteren, is de financier van ons onderwijs en verantwoordelijk voor ons stelsel. Tegelijkertijd moet de overheid niet te veel op de stoel van de scholen zitten. Structurele financiering, niet incidenteel. Wet- en regelgeving opruimen op het moment dat scholen daar tegenaan lopen. En scholen moeten zich verantwoorden naar de belastingbetaler en de buitenwereld toe, simpelweg omdat ze van overheidsgeld gefinancierd worden.”

Edukator.nl/Janneke Schuurman

De Onderwijsdagen worden jaarlijks georganiseerd door SURF en Kennisnet. Meer artikelen over De Onderwijsdagen 2014:

Wifi nog steeds niet vanzelfsprekend op scholen
TNO ontwikkelt bijsluiter voor games op school
Eerste video’s De Onderwijsdagen online

Berichtnavigatie