Onderwijssector eist meer privacy voor leerlingen

Share Button

De sectorraden voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs willen hogere eisen aan de privacy van leerlingen bij het gebruik van digitale leermiddelen. Gegevens moeten vaker geanonimiseerd worden en bedrijven moeten transparanter zijn over wat ze met de data doen.

In een Programma van Eisen, bedoeld voor ontwikkelaars van digitale leermaterialen, zetten de PO-raad en VO-raad hun eisen uiteen.

De digitalisering in het onderwijs leidt tot een grote hoeveelheid gegevens over het leergedrag van leerlingen. Die gegevens kunnen een rijke bron van informatie vormen en helpen om producten te verbeteren of leerlingen op maat te bedienen. Bij de uitwisseling van gegevens moet echter wel de privacy van leerlingen worden gewaarborgd, staat in het Programma van Eisen. Mogelijk is nieuwe wetgeving op dit terrein nodig.

Gegevens anonimiseren

De sectorraden constateren dat er momenteel veel vragen zijn over het eigendom van de digitale gegevens. “Voor dit moment gaan wij ervan uit dat de scholen (namens de ouders) de zeggenschap houden over alle leerlingengerelateerde gegevens die in de keten worden gedeeld of in de keten ontstaan.”

Leveranciers van digitale leermiddelen moeten transparant maken welke gegevens zij registreren, en met welk doel. “Door leerlingen of instellingen verstrekte gegevens mogen alleen voor gerechtvaardigde doeleinden worden gebruikt, zoals gebruiksgemak voor leerling en docent. Voor afgeleide doelen, zoals beleidsmatige informatiestromen, wetenschappelijk onderzoek of productverbetering, kan gebruik gemaakt worden van geanonimiseerde gegevens.”

Tijdelijke toestemming

Leerlingengegevens moeten niet langer bewaard blijven dan nodig is voor het ondersteunen van het leerproces. Ook moeten er niet meer gegevens gevraagd worden dan strikt noodzakelijk is. Het gebruik van de data voor andere doeleinden, zoals commerciële, moet worden uitgesloten, stellen de onderwijsraden.

Leerlingen en ouders moeten verder de mogelijkheid tot inzage krijgen in de actuele verzamelde en verwerkte persoonsgegevens en het doel waarvoor deze gegevens worden verwerkt. Ook moeten gegevens op verzoek op elk moment aangepast of verwijderd kunnen worden.

Privacy by design

De sectorraden willen de leermiddelenketen inrichten op basis van privacy by design. Daarbij staan zeven principes centraal:

– Een proactieve en preventieve benadering van privacy (voorkomen is beter dan genezen);
– Privacy als standaard (ook als de betrokkene geen actie onderneemt is zijn privacy gewaarborgd);
– Privacy geïntegreerd in het ontwerp (privacy is onderdeel van het ontwerp en de architectuur van de ICT-systemen);
– Volledige functionaliteit (privacy en datagestuurd leren zijn geen tegenstelling);
– Veiligheid van begin tot eind (privacy gedurende de hele levenscyclus van gegevens);
– Zichtbaarheid en transparantie (technologie en werkwijze inzichtelijk voor betrokkene);
– Respect voor privacy (de gebruiker staat centraal)

Het Programma van Eisen bevat verder onder meer eisen op het gebied van een ruimer en flexibeler aanbod van leermaterialen, marktwerking en open standaarden. Het is opgesteld omdat de markt volgens de sectorraden “niet altijd levert wat het onderwijs vraagt.” Ze willen daarom richting geven aan de markt, die meer vraaggestuurd en minder aanbodgestuurd moet worden.

Specifieke wensen

Het eisenpakket kwam tot stand op grond van gesprekken met bestuurders uit het onderwijs, docenten en marktpartijen. Het is uiteindelijk aan de scholen zelf wat ze ermee doen. “Het is geen bestek voor een aanbesteding door een schoolbestuur. Scholen moeten zelf aangeven van hun specifieke wensen zijn.” Het document wil scholen vooral duidelijk maken welke keuzemogelijkheden ze hebben, zeggen de auteurs.

Gerelateerd:
‘Onderwijssoftware is bedreiging voor de privacy’
Scholen letten te weinig op toegankelijkheid software

Berichtnavigatie