Elektronische leeromgeving minder populair

Share Button

tabletHet gebruik van elektronische leeromgevingen (ELO’s) in het Nederlandse onderwijs is na een aantal jaren van toename gestabiliseerd of afgenomen. Dat blijkt uit onderzoek van TNS Nipo.

In het basisonderwijs wordt de elo gemiddeld één keer per week gebruikt. In het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs onderwijs is dit twee keer. De groei van het gemiddelde wekelijkse gebruik is tussen 2007 en 2010 toegenomen. Sinds 2011 is er echter een afname zichtbaar.

In 2011 maakte 45 procent van de docenten dagelijks of wekelijks gebruik van een elo. In 2010 was dit nog 56 procent en 53 procent in 2009.

elografiek

Basisonderwijs

Docenten en managers uit het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs hechten veel belang aan een digitale leeromgeving die op school en thuis bereikbaar is. In het basisonderwijs vindt men dit minder belangrijk. Basisscholen geven minder (computer)opdrachten voor thuis mee dan scholen voor voortgezet en middelbaar onderwijs. Ook worden er nauwelijks laptops mee naar school genomen. Het basisonderwijs maakt verder relatief weinig gebruik van digitale leermaterialen: 17 procent van de leermaterialen is digitaal. In het mbo is dat 40 procent.

Aan het afnemen van digitale toetsen wordt volgens het onderzoek in alle onderwijssectoren weinig gedaan.

Meer informatie is te vinden bij Kennisnet.

Lees ook:
Scholieren bouwen zelf elektronische leeromgeving

Er kan niet meer gereageerd worden op dit bericht

Berichtnavigatie